Beroemde Belgen in 60 jaar motorcross-geschiedenis: Deel 4

Decrease Font Size Increase Font Size Taille du texte Imprimer

Eric Geboers: de eerste “Mister 875”.

Ook in ’86, Geboers rijdt dat jaar zijn derde seizoen voor Honda op een 500cc, eindigt hij pas derde in de WK-stand na Thorpe en Malherbe. Twijfels rezen….. En dat beterde niet toen Honda (wijselijk) besloot om Eric in ’87 uit te spelen in het WK 250cc….

MOL – In het najaar van 1988, exact 30 jaarnadat René Baeten als eerste Belg wereldkampioen was geworden, was ons land andermaal een uit het opperbeste motorcross hout gesneden Kempenaar rijker. Gekend en gelauwerd om zijn spectaculaire rijstijl, zijn gereputeerde fysieke paraatheid, de nimmer aflatende vechtlust. Zo had hij 10 jaar lang, overal ter wereld de handen van het publiek spontaan tegen elkaar doen klappen. Zo ook was hij in 10 spetterende seizoenen 2 keer WK 125cc, 1 maal WK 250cc en ook WK 500cc geworden. Een spraakmakend unicum was dat. Want de allereerste die het in de drie individuele disciplines tot WK had gebracht. Eric Geboers, de 16 jaar jongere broer van Sylvain, had eind ‘88 niets meer te bewijzen.

Eric Geboers, de allereerste ‘Mister 875’ (500+250+125) is begin augustus ’62 geboren. Op de dag trouwens dat broer Sylvain bij de juniores een nevenwedstrijd van de Belgische GP 500 cc in Namen rijdt. Enkele dagen later… de pasgeborene luiert in zijn op de drukbevolkte Balense Keiheuvel geparkeerde wieg. De familie Geboers blaast er samenkomst. Grote broer Sylvain moet immers aangemoedigd worden tijdens de jaarlijkse halfoogst klassieker, gereden op een steenworp van de ouderlijke woning in Balen-Wezel.

Een hele grote
15 augustus 1978. De kleine werd pas 16 en de Geboers-clan blaast een buitengewone reunie op de Keiheuvel. De vijf gebroeders Geboers verschijnen die dag aan de start. Sylvain, de oudste, neemt er afscheid als actieve crosser.
Louis, Diseré en Jan zetten eveneens aan en zien broertje Eric voor het eerst deelnemen. De laatste is dus opgegroeid tussen de motorsportmachinerie.
Hij was vanaf zijn eerste levensdag voorbestemd voor deze harde sport. Hij debuteert bij de juniores 500cc. In het zadel van een Maico toont hij zich bijster snel, dat ziet iedereen. Maar… er dient leergeld betaald. Vooral op het fysieke vlak is er werk aan de winkel. Niemand beter dan Eric zelf beseft dat. Men moet bijna een jaar wachten op een eerste bloemtuil. Maar dat stoort Eric niet. Op zoek naar heftiger concurrentie stapt hij snel over naar de seniores. Nog altijd met een Maico, nu een kwartliter. Zo wint Eric Geboers (juni ’79) in Ciplet zijn eerste race. Een paar dagen later is het opnieuw raak. Ditmaal in Mettet. Joël Robert klinkt dan al resoluut: “Eric wordt een grote, een hele grote,” zo voorspelde de 6-voudige WK toen al.

Nooit gezien

Meer dan 12 jaar galmde het vaak door de luidsprekers naast de internationale motorsportomlopen: “Geboers pakt de koppositie!”

Februari ’80. Eric rijdt bij de nationalen 500cc. Hij wint in Weelde, Westerlo en Koersel en wil meteen hoger op. Liefst naar het WK 125cc. Maar de kleine is nog geen 18, de minimumleeftijd in die dagen. Marc Velkeneers heeft al gewonnen in Nederland en Oostenrijk wanneer Geboerske de toestemming krijgt om de Belgische GP 125cc in Hechtel te rijden. Limburger Velkeneers zegeviert opnieuw maar GP-debutant Geboers overtreft de stoutste verwachtingen. Hij finisht 4de en dwingt een internationale GP-vergunning af. Een week later rijdt Eric, door teammanager en broer Sylvain in het zadel van semi Suzuki-fabrieksmateriaal geholpen, zijn tweede GP. In Frankrijk, bij Verdun. De toppers Velkeneers, Rinaldi en Harry Everts hebben pech of kennen een minder goede dag. Geboers wint zijn eerste GP… Eind ‘80 werd in Jamioulx de Beker van de Toekomst gereden, een officieus WK voor jongeren onder de 21. Georges Jobé, amper 19, is de regerende WK 250cc. In zijn voorkeurklasse wordt hij door fenomeen Geboers prompt het nakijken gegeven. Joël Robert, organisator van de Beker van de Toekomst, valt in herhaling en klinkt dolenthousiast: “Eric is het grootste talent dat ik ooit gezien heb.” En, of de superkampioen van weleer gelijk zou krijgen?

Vedette en wereldkampioen

Geboers is na zijn eerste WK-campagne meteen een vedette. Hij wint in ’80 de GP’s van Frankrijk, Duitsland en Tsjechië, behaalt drie reekszeges en finisht derde in het WK 125cc na Harry Everts en Rinaldi. Dit in een WK waarin hem administratief gekibbel, rond minimumleeftijd, bij zowel BMB als FIM geen startgelegenheid wordt gegund in de GP’s van Nederlanden Oostenrijk. In ’81 verschijnt Eric als Suzuki-fabriekrijder en luitenant van titelverdediger Everts aan de start van het WK 125cc. De vader van de latere veelvoudige WK Stefan Everts wordt opnieuw WK. Vedette Geboers finisht nu tweede in de eindstand, wint drie GP’s (Frankrijk, Tsjechië en Spanje) en scoort 5 reekszeges. In 1982 – viervoudig WK Harry Everts verhuisde naar de 500cc – wordt Eric kopman van het Suzuki 125cc team. Het Suzuki-vertrouwen wordt niet beschaamd. Geboers wint zes GP’s, boekt elf reekszeges en wordt een eerste keer WK 125cc door de snelle Italianen Maddii en Rinaldi achter zich te houden. Van de eerste zes GP’s wint Geboers er vijf in 1983. Het overwicht was overweldigend. De kleine domineert dat jaar in vijftien reeksen en verlengt de 125cc-titel. Hij haalt het opnieuw voor Maddii. De Amerikaan Gibson finisht derde.

Honda

Geboers heeft in zijn roemrijke loopbaan ontelbare keren gezegevierd. Een enkele keer gefaald ook maar zich nadien evenzeer grondig herpakt en waardig afscheid kunnen nemen.

De hogere klasse wenkt maar einde ’83 stapte Suzuki uit de competitie. Geboers (ook Vromans) moesten daardoor naar een nieuwe werkgever op zoek. Beide kempenaars komen zo bij Honda terecht waar ze aan de zijde van regerend 500cc WK Malherbe en rising star Thorpe een prestigieus fabrieksteam vormen.
Eric Geboers, met naast zich begeleider en technisch toeverlaat Sylvain, belandt in een concurrentieel harde omgeving. Toch wint hij dat jaar vier reeksen, triomfeert in Nederland en eindigt hij vijfde na Malherbe, Jobé, Thorpe en Vromans. Het wordt Geboers’ minst gunstige WK-uitslag ooit. Gevolg van een in Engeland opgelopen kniebreuk die hem een half seizoen lang van de omlopen houdt. In ’85, nog steeds gehinderd door die knieblessure, wint Geboers in Zweden en Finland en eindigt hij derde in het WK. Thorpe en Malherbe
gaan hem voor. Ook in ’86 eindigt Geboers derde na Thorpe en Malherbe. Eric wordt dat jaar Belgisch kampioen 500cc en wint de GP’s van Finland en Engeland.

Stap terug, bank vooruit

Tweemaal WK 125 cc, driemaal geen titel in 500cc… De vergelijking met Joël Robert, WK in ’64 en nadien drie jaar tevergeefs jagend op andere titels, werd door sceptici aangewakkerd. Twijfels rezen. Dat beterde niet toen Honda besloot om Eric in ’87 uit te spelen in het WK 250cc. Een stap terug, zo scandeerden de niet-Geboers-fans. Een bank vooruit, zo orakelde werkgever Honda. Want … het commerciële belang van de 250cc klasse mocht niet onderschat worden en aan concurrentie heerste geen gebrek. Eric Geboers staat in dit WK-treffen oog in oog met de Finse Cagivarijder Vehkonen, de Zweed Nilsson, de Brit Herring, de Italiaan Rinaldi, de Fransman Fanton, en een enkele keer ook met Amerikaanse tenoren Johnson, O Mara en Smith. De kleine wint dat jaar 9 reeksen, wordt WK voor Vehkonen en Nilsson. Tussendoor rijft hij ook de Belgische 250cc-titel
binnen.

Blaam voor criticasters

Begin ’88 brengt een nieuwe start in het WK 500cc. Geboers heeft intussen 28 GP’s gewonnen, werd driemaal WK maar de 500cc bekroning ontbreekt op het palmares. Dat lukt hem nooit, zo fluisterden en schreven sommige criticasters. En… die laatste bleken enige tijd gelijk te zullen krijgen. De opening GP in Oostenrijk werd alvast een flop. Thorpe won. In Zwitserland won Nicoll in het Zweedse Turup de Vimond… Maar de criticasters juichten te vroeg. Thorpe blesseert zich in Nederland en de Kempenaar – op dat ogenblik zonder GP-winst al heel veel punten verzameld – wint in Nederland, Finland, Duitsland en de USA. Geboers boekt 8 reekszeges en wordt WK 500cc in een gezegend jaar waarin hij ook de Belgische 500cc-titel behaalt, tot Sportman van het Jaar wordt uitgeroepen, de Trofee voor de Sportverdienste en de Oscar van de Sport krijgt
uitgereikt.

Falen, herpakken, waardig afscheid nemen

In 1983 verdedigt Geboers op een Suzuki zijn eerste wereldtitel 125cc. De “Kleine” domineert dat seizoen met een overweldigend machtsvertoon, wint 15 reeksen en prolongeert zijn wereldtitel.

Niemand twijfelde dat Geboers in ’89 zou prolongeren. Ook al behoorden Thorpe en de Australiër Jeff Leisk bij de concurrentie. Ook al won die andere Kempenaar, Balenaar Dirk Geukens de openings GP in Nederland. Ook al zegevierde Thorpe nadien in Frankrijk. Halverwege het seizoen en na de GP van de USA pronkte hij met een behoorlijke voorsprong op Thorpe aan de leiding van het WK. Maar… vanaf Italië ging het mis en uiteindelijk zou Thorpe zegevieren. Gebrek aan concentratie? De opnieuw bezeerde knie? Gebrek aan motivatie? De wegen tussen Eric en Sylvain waren op sportief en zakelijk vlak intussen gescheiden. Sylvain was opnieuw teammanager geworden bij Suzuki waar hij met Stefan Everts, Pedro Trachter en Dave Strijbos aan een – zo blijkt achteraf – zeer succesrijke toekomst werkte. Maar, het falen van Eric had daar niets mee te maken, stelt Sylvain nu. Hij weet waar de oorzaak ligt maar wil er zich niet over uitlaten. “Het belangrijkste is dat Eric zich het jaar daarop mooi herpakte en waardig – maar volgens mij veel te vroeg – afscheid kon nemen.”
Inderdaad in ’90, opnieuw met Honda wordt Eric WK 500cc. Hij laat Nicoll, Geukens, de latere Kempense 500cc WK Jacky Martens, Thorpe en Billy Liles in die volgorde achter zich. Geboers wint zes GP’s, scoort elf reekszeges en kondigt totaal onverwacht zijn afscheid aan. “Veel te vroeg,” zegt Sylvain nu. Veel te vroeg, scanderen zijn talrijke aanhangers. Precies op tijd, zo meent Eric Geboers zelf, die tot de verschijning van ene illustere Stefan Everts geldt als de meest succesrijke motorcrosser die de Kempen ooit heeft voortgebracht. Een uitermate getalenteerd en hoog begaafd motorsporter die van ‘80 tot ‘90 in 119 GP’s van start is gegaan, 74 reekszeges behaalde en 39 GP’s won. Een verbluffend palmares, dat bewijst hoe zesvoudig WK Joël Robert al in ’79 de juiste voorspelling maakte door de grootse capaciteiten van Eric Geboers toen al perfect in te schatten.

Eric Geboers vandaag

Eric Geboers in hogere sferen….. Meer dan 12 jaar gekend en gelauwerd om zijn spectaculaire rijstijl, zijn gereputeerde fysieke paraatheid en die nimmer aflatende vechtlust.

Eric Geboers was de eerste motorcrosser die als regerend WK zijn definitieve afscheid aankondigde. Volgens broer Sylvain was dat een foute beslissing. “Hij is gestopt op zijn 28ste en had op zijn minst nog vier keer kampioen kunnen worden. Daardoor is er sportief niet uitgehaald wat er beslist heeft ingezeten.” Eric werd na het motorcrossen actief op verschillende fronten. Hij had zijn EG Events sponsorfirma, was een actief triatlonbeoefenaar, had een passie voor off-shore bootraces en valschermspringen. Vandaag vervult Eric als vader van twee kinderen zijn plichtsbewuste rol van huisvader. Op motorcrossgebied geldt de ex-vijfvoudige wereldkampioen in deze moderne tijden o.m. als een ervaringsrijke van de Belgische MX GP.

  • Tekst: Ferre Beyens
  • Foto’s: Uit de privé-verzameling van Eric Geboers en Peter Zegers (2 en 5)
  • Bron: Onderox Magazine

Uw reacties