Beroemde Belgen in 60 jaar motorcross geschiedenis: deel 5 en slot.

Joël Smets: de laatste wereldkampioen 500cc

DESSEL – In april 1969 leidt Joël Robert het WK 250cc met strenge hand. De legendarische Waal zal dat jaar, samen met zijn Kempense luitenant Sylvain Geboers, de internationale debatten domineren. “Evenwichtskunstenaar” Joël Robert – stevent resoluut naar een derde wereldtitel. Onder zijn talrijke aanhangers zien we ook het echtpaar Smets–Verkoeyen uit Dessel-Witgoor. Het jonge gezin maakt zich op voor de geboorte van hun tweede baby en kan helaas geen getuige zijn van het spetterende recital dat hun Waals idool opvoert. Op 6 april wordt een tweede zoon geboren en die krijgt– hoe kon het ook anders – de naam Joël . Niemand kon toen vermoeden dat ook deze knaap ronkende motorsport geschiedenis zou schrijven. Joël Smets heeft de man naar wie hij werd genoemd, nooit zien rijden. Van die illustere voorganger heeft hij dus alles van “horen zeggen”. Omdat de familie Smets de internationale motorcrossscène blijft frequenteren, herinnert de opgroeiende Kempenzoon zich wel de exploten van grootheden als Roger De Coster en – nog later – André Malherbe. Vooral die eerste maakte indruk op de kleine Joël, die aanvankelijk voor het voetbal leek voorbestemd.  Maar nonkel Erik, de jongste broer van moeder Smets, had oog voor rijkwaliteiten van neefje Joël. In onvervalste Joel Robert-stijl: zo zag nonkel Eric zijn opgroeiende neef de Kempense bossen trotseren. Rakelings langs die niets ontwijkende dennenbomen. Snel en behendig, want ook op de crossfiets flirtte Joël van kindsbeen met de limieten.

Beloonde investeringen

Joël Smets
– Met een machine van nonkel Erik zet Joël Smets in ’86 aan bij de BLM juniores. Smetske pakt dat jaar al 36 bloemtuilen.

Op zijn 17de debuteert Smets bij de BLM juniores. Nonkel zorgde voor competitiemateriaal en ziet die investering beloond. Joël wint 36 van de 40 wedstrijden. Omdat hij zijn technische studies wil afmaken, blijft hij ook in ’87 bij de liefhebbers actief. In ’88 maakt hij de stap naar de BMB. Bij de nationalen 500cc moet hij dat jaar zijn meerdere erkennen in zijn bijna naamgenoot Smeets. Dezelfde Smets en Smeets – het zorgde voor verwarring – starten in ‘89 al als neoprofs in de Nederlandse GP in Valkenswaard. Meteen de enige GP voor Smets dat jaar. Wegens legerdienst. “Dat heeft mijn carrière gered. Want, geen voordelen in natura en geen tijd om GP’s te rijden. Die inactiviteit heeft meer gebaat dan geschaad. Ik was helemaal niet klaar voor het GP-werk.” Het eerste complete (USA uitgezonderd) GP-seizoen komt in ’90. Hij kwalificeert zich voor 8 GP’s en finisht 46ste in de WK-stand, waarin Eric Geboers afscheid neemt als WK. Joël mag trots zijn op dat debuut. Want, naast GP-rijden moet hij al werkend de boterham verdienen. In ’91 verandert die situatie. Dankzij een halftime werkrooster kan er meer aandacht richting sport. De Belg Jobé wordt WK  en semi-prof Smets rukt op. Van plaats 46 naar 17. Die progressie doet Smets besluiten om in ’92 verlof zonder wedde te nemen. Ook die investering loont. Zoals steeds in het zadel van een Honda rijft hij de vierde WK-plaats binnen. Als eerste privé-rijder eindigt hij na het fabriekstrio Jobé, Nicoll en Liles.

Fabrieksrijder bij Vertemati en Husaberg

– Als privé-rijder met Honda. Zo zien we Smets met groeiend succes zijn GP-carrière uitbouwen. In 1992 eindigt hij vierde in het WK 500 cc. Meteen de beste privé-rijder dat jaar.

In ’93, waarin Jacky Martens WK wordt, en ’94, met Peter Hansson als WK, eindigt Smets – nu als volwaardig fabriekrijder bij Vertemati – mooi derde. De man uit Dessel mocht nu echt WK-illusies koesteren. In ’95 rijdt hij met Husaberg, constructeur die al enkele jaren het kleinere Vertemati onder de vleugels had. Na een helse strijd met titelverdediger Hanson, weet Smets het pleit in zijn voordeel te beslechten. Wereldkampioen… “Bij de Keeper”, het altijd enthousiast bruisende supporterslokaal van Witgoor Sport en Joël Smets, heeft men het geweten. Zoals het andere kampioenen verging, wordt dergelijk succes niet meteen met opperste voorspoed gevolgd. Denken we maar aan de wedervarens van Joël Robert (’65) en Eric Geboers (’89). Geen prolongatie. Wel bijna, maar toch juist niet…’96 werd een sukkeljaar. Technische problemen met de Husaberg-voorvork. Weg was het vertrouwen. Het niveau van ’95 werd nooit gehaald, het ritme evenmin en … “Er was die onnoemelijke stress waarmee ik nooit te maken had gekregen. Het nummer ‘1’ zette me onder druk. Iedereen keek naar mij. Er werd teveel verwacht. Ik moest winnen, andere opties waren onbestaande.” Maar winnen deed de Nieuw Zeelander Shayne King, Joël Smets wereldkampioen? Was ’95 een toevalstreffer geweest? Vergeet het maar.  In ’97 en ’98 – steeds in het zadel van de Husaberg stormde hij met brio naar de hoogste eer. Twee jaar de Nieuw Zeelandse broeders Shayne en Darryl King het nakijken gevend.

Moeilijk kan ook mooi zijn

– Joël Smets ten voeten uit. Niet super getalenteerd, maar wetend wat hij wil en kan. Niet dom, leergierig en steeds blijk gevend van een vernuftig koersdoorzicht.

Drie wereldtitels voor Joël Smets en Husaberg. Prachtig en… in nauwelijks vier seizoenen. Voor ’99 stemde dat hoog gestelde verwachtingen. Maar, Joël finisht derde. Na Bartolini en Johanson. Smets: “Toch een jaar waar ik fier op ben. De jaren waarin men zich perfect voelt, waarin alles gesmeerd verloopt, alles lukt… Dat zijn gemakkelijke jaren. Maar als er problemen opduiken, zijn er ook in de racerij weinig huishoudens die standhouden. Bij Husaberg waren er dat seizoen grote problemen.  Maar die versterkte de teamgeest. Het was een moeilijk seizoen, maar moeilijk kan ook mooi zijn. Ondanks alles eindigde we nog derde.”

 

Wereldtitel 4 en 5

– Na de Husaberg-periode komt Smets in 2000 automatisch bij KTM terecht. Het wordt Smets meest succesvolle seizoen en het levert hem de vierde wereldtitel 500cc op.

Fabriek in problemen? Husaberg wordt overgenomen door het Oostenrijkse KTM en zo begint voor Smets een nieuw hoofdstuk in 2000.  Zijn contract met Husaberg stipuleert immers dat hij bij overname van KTM, automatisch op de loonlijst van de Kronreif und Trunkenpolz Motoren uit Mattighofen terechtkomt. (nvdr. vandaar de naam KTM). In zijn succesvolste GP-jaar stuurt Smets de fabrieks-KTM naar het hoogste succes. Smets wordt een 4de keer WK. Het is de laatste grote zegetocht die zijn oom Erik beleven mag. Voor de man die Joëls capaciteiten zo vlug ingezien had, sloeg enkele weken later het noodlot tergend hard toe. Hij komt om in een verkeersongeval. Smets verliest zijn grootste en trouwste fan. In 2001 en 2002 wordt Joël geconfronteerd met een nieuw Belgisch motorsportfenomeen. Hij finisht telkens tweede na de super getalenteerde zoon van oud viervoudig WK Harry Everts. Zoon Stefan zal tien keer WK worden! In 2003 wordt Joel Smets een 5de keer WK 500cc. Hij is daarmee de allerlaatste, officiële WK 500cc. Want in 2004 spreekt de internationale motorsportfederatie niet langer van 125cc, 250 en 500cc. Wel van MX1 (250 2-takt tot 450 4-takt), MX2 (125 2-takt tot 250 4-takt) en MX3 (500 2-takt tot 650 4-takt). Alles is goed om het simpel te houden, moet men bij de FIM geredeneerd hebben. Gevolg? MX2 en MX3 ontsnappen in toenemende mate aan de media aandacht.

Glunderende Koning

– In ’95 en als eerstejaars fabrieksrijder bij Husaberg stevent Smets naar zijn eerste wereldtitel. Op deze foto weet hij een aanval van Trampas Parker vakkundig te incasseren.

In 2003 wint Smets, samen met Everts en Ramon, de Motorcross der Naties. Onder de toeschouwers in Zolder zien we Koning Albert II. Glunderend fluistert die na afloop Smets in het oor dat de motorsport hem oh zo nauw aan het hart ligt. De stoere Kempenzoon wordt er heel even stil bij. Zijn inbreng in ’s lands internationale motorsportroem was gewichtig. En het had nog groter kunnen zijn. Want in 2004 loopt hij een bacteriële infectie op. In de afdeling intensieve zorgen van de Leuvense Universitaire Instellingen worden enkele bange dagen beleefd. Maar Joël sleurt er zich doorheen, ziet zijn WK-campagne in rook opgaan maar begint te relativeren. Als hij in 2005 – nu als Suzuki Fabriekspiloot in het team van Sylvain Geboers – opnieuw aanzet, moet hij accepteren dat de mentale weerbaarheid een knak kreeg. Het begon te slabakken, lacht Smets nu. Joël Smets, een mens van de wereld, ambitieus in zijn sport, intelligent en grootmoedig, op voortreffelijke wijze van de tongriem gesneden. Hij mag met fierheid terugblikken op een indrukwekkende motorsportcarrière. Hij reed 202 GP’s, won er 57, werd vijf keer WK 500cc, behaalde zes Belgische titels, zegevierde drie keer met het Belgische team in de Motorcross der Naties, bracht het in 2000 tot Sportman van het Jaar.

De toekomst

– Joël Smets als de laatste officiële wereldkampioen 500cc in 2003. Goed 45 jaar na René Baeten, in 1958 de eerste Belgische Wereldkampioen 500cc.

Met Baeten, onze 1ste WK 500cc, Sylvain en Eric Geboers, Vromans, Van Velthoven, Jacky Martens en Smetske als allerlaatste WK 500cc, heeft de Stille Kempen een deciderende rol gespeeld in vijftig jaar internationale motorcross. Samen met Joël Robert, De Coster, Rahier, Malherbe, Jobé en de Limburgers H. en S. Everts hebben ze België resoluut op de crossende wereldkaart gezet. Hoe zit het met de toekomst? Smets klinkt positief: “De Belgische inbreng blijft irreëel. In geen enkele andere sport zie je dergelijke suprematie. Ja, in de cyclocross misschien (stilte)… in de MX1-klasse echter, noteerden we dit jaar negen verschillende GP-winnaars, acht verschillende nationaliteiten. België heeft geen WK maar Ramon en De Dijcker zijn dan toch mooi twee en drie.” Op wie de Belgische hoop gevestigd is? Ik zie er meerdere… Eén naam? “Als ik er één moet noemen… Joël Roelants. Niet omdat hij naar mij werd genoemd. Beschouw hem trouwens als een kopie van mij. Niet supergetalenteerd, maar wetend wat hij wil en kan. Niet dom, leergierig en blijk gevend van een vernuftig koersdoorzicht. Amper 18 en in twee jaar tijd ontzettend geëvolueerd. Van het rijden als een kieken zonder kop – ook die fout heb ik ooit gemaakt – tot een stevige brok maturiteit. Een rijder die weet hoe hij zijn energie efficiënt moet consumeren. Een zandspecialist, die het moeilijk had op harde omlopen maar voorbeeldig dat hiaat heeft weggewerkt.” Een kopie van Joël Smets, zei je? Treffender hadden wij de carrière van deze Kempische motorsportlegende niet kunnen omschrijven.

  • Tekst: Ferre Beyens
  • Foto’s: Uit de privé-verzameling van Joël Smets
  • Bron: Onderox Magazine

Bovenstaande tekst lijkt bij mij momenten niet relevant. Dit komt omdat het een stukje is van meer dan 10 jaar geleden. Dank aan schrijver Ferre Beyens, de betreffende piloten voor de informatie en bijbehorende foto’s en Onderox Magazine voor de toelating.

Een gedachte over “Beroemde Belgen in 60 jaar motorcross geschiedenis: deel 5 en slot.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *