12 vragen aan Christian Burnham!

12 vragen aan Christian Burnham!
Decrease Font Size Increase Font Size Taille du texte Imprimer

Wij zetten de traditie verder en duwen onze microfoon onder de neus van mensen die motorcross ademen. Deze keer vuurden we de bekende vragen af richting een Engelse Belg. De motorcrosser maakte furore eind de jaren tachtig en vooral in de jaren negentig. In het wereldkampioenschap 500cc dwong hij respect af door zijn volharding en doorzettingsvermogen. En eerder dit jaar dook hij plots op in het Belgisch kampioenschap oldtimercross. Wij vuurden onze vragen af aan niemand minder dan Christian Burnham.

De Brit werd geboren op 19 januari 1973 en maakte zijn beste periode mee tijdens zijn Sarholz Honda periode. Hij kon regelmatig top tien plaatsen scoren in het WK. Zo eindigde hij in 1999 als vierde tijdens de GP van Engeland in Hawkstone Park. Hij eindigde toen ook 10de in de eindstand van het WK 500cc. Ook werd hij dat jaar drievoudig Duits kampioen met name in de 250cc, de 500cc en in de Inter DM, de voorloper van de huidige ADAC Masters. In 1996 werd hij vice-kampioen van België in de 500cc klasse.

Na zijn motorcrosscarrière kwam Burnham in woelig water terecht. Hij kreeg af te rekenen met een alcoholverslaving en kwam op het randje van de afgrond te staan. In zijn donkerste periode hing zijn leven zelfs aan een zijden draadje maar Christian vocht keihard terug. De onderstaande video van onze collega’s van MotoHead gaat over zijn moeilijke periode en het gevecht om er weer bovenop te komen. Eerder dit jaar dook hij plots op in Retie naar aanleiding van de oldtimercross aldaar. Met een CR500 trok hij flink van leer ter voorbereiding van de Vets MXdN in Farleigh Castle. Daar in Farleigh liet hij alvast wonderbaarlijke dingen zien. Te elfder ure moest hij nog switchen naar een voor hem onbekende luchtgekoelde Yamaha 490. Maar het deerde hem niet want hij leverde maar liefst vier holeshots af dat weekend. Straf! Hier zijn de 12 vragen aan Christian Burnham.

Wie was in uw carrière de sterkste tegenstander en waarom? CB: Dat waren mijn eigen teammaatjes Gertjan van Doorn en Jochen Jasinski. Jasinski was technisch sterker dan mezelf en had ook meer talent. Toch heeft hij nooit een Duitse titel gepakt. Ook Willie van Wessel en Marcel van Drunen waren rechtstreekse concurrenten van mij. Wij gingen dikwijls samen in de clinch. Zeker in de Inter DM was er dikwijls een hevige strijd met die mannen maar ook in het WK hingen we altijd in mekaars buurt. Ook de mannen tussen plaats vijf en tien van het WK waren mijn tegenstanders.

Welk was uw favoriete omloop? CB: Dat is zonder twijfel de Citadel van Namen. Ik heb er 11 gp’s gereden en keek daar heel het seizoen naar uit om er te kunnen rijden. Ik reed daar enorm graag. Het parcour is er eentje van “you love it or you hate it”. Om een voorbeeld te geven: In het jaar dat Joël Smets en Trampas Parker voor de titel streden is Parker er toen volledig de mist in gegaan.

Welke motor had op u de grootste indruk en waarom? CB: Dat was mijn Sarholz Honda van 1999. Mijn technicus toen was Wilhelm Würtz en hij was de man die toen een fantastische machine voor mij heeft gebouwd. Sommige onderdelen van de motor werden gemaakt door AMG Mercedes. De cilinder werd verhoogd en de krukas werd langer. In combinatie met een smallere zuiger bleef de cilinderinhoud gelijk maar werd de slag langer. De CR500 werd daarmee heel soepel om mee te rijden. Hiermee kon ik podiums rijden in de GP’s tussen de viertakten van o.a. Peter Johansson en Yves Demaria. Ondanks dat de CR500 niet meer echt verder ontwikkeld werd door Japan kreeg ik van hen fabrieksveringen. Ook kregen we van hen uitlaten om te testen maar daar ben ik nooit mee in competitie getreden.

Burnham op de CR500 tijdens de oldtimercross in Retie.

Welke beslissing was niet de allerbeste in uw carrière als motorcrosser? CB: Dat ik eind 1999 het Sarholz team verliet is de minst goede beslissing geweest van mijn loopbaan. Ik had een topjaar op de Sarholz Honda en had op het einde van het jaar enkele andere mogelijkheden aangeboden gekregen. Ik koos voor het geld en stapte over naar het Italiaanse VOR. Dat liep niet lekker en ik heb het dan ook maar één jaar volgehouden op deze machine. Ik viel heel veel reeksen uit met de motor waardoor ik op het einde van het seizoen mentaal niet meer zo sterk was. Het heeft tot in 2003 geduurd voor ik weer mijn niveau van 1999 terug vond.

Tweetakt of viertakt? CB: Zonder twijfel tweetakt! Ik reed vele jaren op de tweetakt en daar gaat mijn voorkeur naar uit. Na het jaar met VOR ging ik terug naar Sarholz en reed ik weer met de vertrouwde tweetakt. In 2002 schakelde ik dan over op de CRF450 van Honda.

Hebben elektrische crossmachines de toekomst? CB: Ik denk van wel want we gaan wellicht niet anders kunnen. Als je ziet hoe ze nu aan het ontwikkelen zijn denk ik wel dat er een toekomst is weggelegd voor deze machines. Veel mensen gaan zeggen dat het niet te vergelijken is met motorcross maar het lijkt er wel op dat het de toekomst wordt voor onze sport.

Welke gebeurtenis in uw loopbaan is u het meest bij gebleven? CB: Het is een moeilijke vraag omdat er zoveel momenten zijn. Maar de Duitse titels en mijn GP podiums steken er toch wel boven uit.

MXGP of Supercross? CB: Ik kijk de laatste jaren liever naar de Supercross. Ik sta er zelfs ’s nachts voor op. Ik volg wel de livetiming van de MXGP op zaterdag en op zondag kijk ik ook naar de resultaten maar ik zal me niet neer zetten om de wedstrijden tot in detail te volgen. Waar wij destijds voor vreesden is nu bewaarheid geworden. Het is nu verschrikkelijk duur geworden om te mogen starten in het WK en dat zorgt er voor dat veel getalenteerde rijders nooit in deze competitie geraken. Zelf ben ik niet van rijke afkomst maar ik kon met het prijzengeld telkens budgetten vergaren om verder te doen in de GP’s. Een mooi voorbeeld is Joël Smets. Hij kwam ook niet uit een kapitaalkrachtige familie maar hij werd wel vijf keer wereldkampioen. Tegenwoordig vallen zulke mensen uit de boot. Vroeger waren er de grading lists en dat systeem zorgde voor een veel talentrijker deelnemersveld. Ik moest me destijds op zaterdag zien te kwalificeren terwijl er honderd piloten meededen om te strijden voor een plekje aan het starthek op zondag. Zelf reed ik redelijk veel supercrossen maar ik kon er hier niet genoeg op trainen. Ook mijn timing en techniek waren niet 100% voor dit soort van motorcross.

Welke overwinning was de strafste uit uw carrière? CB: Ik denk dat het mijn Duitse titel was uit 1998. De week voordien brak ik drie ribben in een zware crash. Het was pas op vrijdag dat de dokter me groen licht gaf om toch de wedstrijd te rijden. Ik ben dan afgereisd naar Duitsland. Colin Dugmore was dat jaar mijn grootste concurrent en hij viel stijl achterover toen ik kwam opdagen voor de wedstrijd. Plots was het terug menens voor hem want hij was in het andere geval makkelijk kampioen worden. Uiteindelijk won ik de titel ondanks de blessures.

In dichtbevolkte landen zoals België is het dramatisch gesteld met het aanbod van trainingsomlopen. Is dit volgens jou een onomkeerbaar proces of zijn er nog oplossingen mogelijk? CB: Ik zie geen politieke wil. Natuurlijk ben ik niet op de hoogte van wat onze ministers aan het doen zijn maar er zijn wel degelijk locaties waar er nog een circuit kan gebouwd worden zonder dat er iemand last van heeft. Ik vrees er een beetje voor of dit nog goed komt. Het gebrek aan circuits zorgt voor wildcrossers en dat zorgt dan weer voor een negatief imago via de media. Ondertussen zie je ook dat de Belgen hun voordeel kwijt geraken t.o.v. de buitenlanders. Nu komen de Italianen en de Franse crossers evengoed trainen in Lommel om aan hun conditie te werken. Ik herinner me nog goed dat destijds al onze toppers zoals Werner Dewit, Marnicq Bervoets, Stefan Everts en Jacky Martens in de winter zaten te bevriezen in Lommel om hun basisconditie aan te scherpen. Nu komen de buitenlanders hetzelfde doen en is ons voordeel weg.

Geprepareerde kunstmatige of oldschool natuurlijke omlopen? CB: Oldschool natuurlijk! Ik ben helemaal niet tegen grote springbergen of zo maar sommige GP’s van de laatste jaren vind ik helemaal niks.

Welke gouden raad geef jij aan jong opkomend motorcrosstalent? CB: Ga er voor maar vergeet niet dat er een leven is na de cross. Wees voorbereid. Als je het haalt en je kan GP’s gaan rijden wees dan voorbereid op het feit dat er een einde aan komt. Als je naar mijn video (hieronder) kijkt dan zegt dat genoeg denk ik.

Related Post

Uw reacties