12 vragen aan Eddy Nuyts!

12 vragen aan Eddy Nuyts!
Decrease Font Size Increase Font Size Taille du texte Imprimer

Wij zetten de traditie verder en duwen onze flink uit de kluiten gewassen microfoon onder de neus van mensen die motorcross ademen. We begonnen in 2015 met Akira Watanabe maar voor onze bekende 12 vragen kozen we deze keer een piloot uit eigen rangen. Deze crosser heeft een erg lange erelijst en is nog steeds succesrijk aan boord van een Maico. De beruchte vragen worden deze keer beantwoord door Eddy Nuyts.

Eddy Nuyts stamt uit een familie met motorolie in de aderen. Vader Arthur was een straffe zijspancrosser in de periode van Leon Liekens. Eddy zelf reed zijn eerste wedstrijd op 8 juni 1969 bij de BLM Inters. Hij reed nadien ook heel wat jaren in de rangen van de BMB maar keerde na een blessure weer terug naar de BLM. Vanaf 1988 stapt hij over naar de zijspannen en niet zonder succes. Hij won in totaal 10 IMBA titels, 3 bij de solo’s en 7 bij de zijspannen. Hij won tweemaal de Veronica strandrace van Scheveningen.

Sinds 2009 is Eddy actief in het BOTC Belgisch kampioenschap oldtimercross en ook daar presteert hij erg sterk. Ook daar kon hij aan boord van een Maico vijf keren Belgisch kampioen worden. Tegenwoordig is hij actief in de klasse Pré 78. Voor de statistieken: Nuyts reed tot oktober 2018 maar liefst 1676 wedstrijden waarvan hij er 411 als winnaar wist af te sluiten. Indrukwekkend! Zijn erelijst is zo lang dat we ze hier niet volledig kunnen publiceren maar jullie kunnen ze wel opvragen bij ons op eenvoudig verzoek. Hier zijn de 12 vragen aan Eddy Nuyts.

1) Wie was in uw carrière de sterkste tegenstander en waarom? EN: Dat is meteen een moeilijke vraag want ik cross al 50 jaar en dan heb je al heel wat tegenstanders gehad. In mijn beginjaren bij de BLM Inters waren dat Ronny Poelmans en Louis Geboers die toen terugkwamen van de BMB. Ook was er nog Flor Duts waardoor ik telkens maar tweede werd. Bij de BMB waren dat de toppers van toen zoals De Coster, Rahier en Van Den Broeck. In bepaalde jaren hadden de Belgen de drie wereldkampioenen en zat ik dus met een erg sterke generatie crossers. Bij de zijspannen was mijn naaste concurrent Walter Van Calster zowel in de BLM als in het Europees kampioenschap IMBA. Ook de gebroeders Somers waren sterke tegenstanders.

2) Welk was uw favoriete omloop? EN: Dat is Amriswil in Zwitserland. Daar was er dikwijls de finale van het EK zijspannen. Het was een harde omloop die tegen een helling aanlag. In het algemeen hou ik het meest van de harde technische omlopen.

3) Welke motor had op u de grootste indruk en waarom? EN: De Maico 490 Mega2 van 1981! Dat was toen denk ik de beste productiemotor. Ik kwam toen uit een paar moeilijke jaren met kwetsuren en de Maico van 1980 viel niet mee. Met de 490 van 1981 kon ik ook voor het eerst Europees kampioen worden. Bij de zijspannen reed ik ook met de speciale EML Jumbo tweetakt tweecilinder. 

4) Welke beslissing was niet de allerbeste in uw carrière als motorcrosser? EN: Dat is de (te late?) overstap naar de zijspancross. Wijlen mevrouw Lea Maes van KAMV Mortsel had bij mij reeds vroeger aangedrongen om over te stappen naar de zijspancross, waarmee ik via mijn vader sowieso toch al wat mee vertrouwd was. Maar ik stelde de overstap altijd uit omwille van het feit dat je een goede bakkenist moest vinden. Toen ik uiteindelijk overstapte was ik al 33 jaar en mogelijk al wat te oud. Maar het ging van in het begin toch redelijk goed. Het eerste jaar al werd ik slechts nipt geklopt voor het kampioenschap in BLM. Na enkele volgende succesvolle jaren BLM wou ik het ook proberen in de GP waar ik aan deelnam in 1992 en 1993. Toen was ik al 37 jaar. Maar ook in het zijspanwereldje moet je als neofiet nog veel ervaring opdoen en bijleren over o.a. het afstellen van het chassis. Enfin het eerste jaar GP geëindigd als 12de. In het Belgisch kampioenschap werd ik toen 2de na Eddy Ramon. Nadien nog vele succesvolle jaren gekend in BLM en IMBA waar ik nog steeds wijzer werd in het afstellen van zo’n zijspan en vooral een zeer goed team had met bakkenist en helpers. Dus mogelijk had ik vroeger moeten beginnen met het zijspan. Want ik denk dat ik daar toch meer talent voor had. Mijn resultaten waren met het zijspan overwegend beter dan met de solo. 

5) Tweetakt of viertakt? EN: Ik heb eigenlijk beperkte ervaring met een viertakt. In de zijspannen heb ik er wel eens mee gereden, het rijdt wel gemakkelijker en soepeler. Een viertakt is niet zo agressief en heeft veel tractie.  Tweetakt daarentegen is eenvoudiger en goedkoper dus hou ik het bij de tweetakt.

6) Hebben elektrische crossmachines de toekomst? EN: Ik denk alleen als er via de wetgeving initiatief komt en conventionele verbrandingsmotoren verboden worden. Of als de federaties er specifieke reeksen voor gaat organiseren. Praktisch gezien zou je al drie batterijen moeten bij hebben als piloot indien er geen laadinfrastructuur is. 

7) Welke gebeurtenis in uw loopbaan is u het meest bij gebleven? EN: Er zijn er natuurlijk positieve en minder leuke gebeurtenissen. Als positieve ervaring denk ik toch aan de eerste overwinning in Scheveningen in 1992. Dat was toch overweldigend voor mij met heel veel publiek en erg veel stress. Je moest voor een bepaald uur in het gesloten park zijn samen met 150 zijspannen. Het was ook een stressmomentje om naar de start te bollen met een motor die getuned was om hoge snelheden te halen op het strand. Je liep in dat kort stukje het risico dat er een bougie zou vet slaan. Dan moest je starten langs de waterlijn met zoveel motoren zonder voorkennis van het circuit want er waren geen trainingen. Jan Bakens die toen als favoriet bestempeld werd was een klasbak. Om daar tegen te winnen maakte wel indruk op me met zoveel toeschouwers langs de omloop. 

8) MXGP of Supercross? En waarom? EN: Ik zie het alletwee wel graag. Maar als ik moet kiezen toch MXGP omdat mijn voorkeur uitgaat naar de natuurlijke omlopen.

9) Welke overwinning was de strafste uit uw carrière? EN: De eerste overwinning in de strandrace van Scheveningen was overweldigend maar hier antwoord ik toch de winst van de eerste IMBA titel. Het was toen een hevige strijd met Florent Duts. Tijdens de laatste wedstrijd in Engeland moest ik de drie reeksen winnen om kampioen te kunnen worden. Flor Duts werd telkens tweede waardoor ik de titel kon pakken met één luttel puntje verschil. Dat was een speciale ervaring. Ik wist zeker dat ik de wedstrijd kon winnen, mijn enige bekommernis was dat de storm van de nacht voordien er voor zou zorgen dat de race werd afgelast maar dat gebeurde gelukkig niet.

10) In dichtbevolkte landen zoals België is het dramatisch gesteld met het aanbod van trainingsomlopen. Is dit volgens jou een onomkeerbaar proces of zijn er nog oplossingen mogelijk? EN: Ik vrees ervoor of dit nog gaat opgelost geraken omwille van de politiek die niet positief denkt over onze sport. Er hoeft maar één iemand te zijn in de buurt van een circuit die er tegen is om de boel lam te leggen. Het is ook niet eenvoudig om bestaande circuits open te houden en rendabel te maken. 

11) Geprepareerde kunstmatige of oldschool natuurlijke omlopen? EN: De Oldschool omlopen! Liefst met zo weinig mogelijk artificiële hindernissen. Ik hou niet van aangelegde bulten, tafels en triplejumps. Ik ben dan ook nog van de oude stempel (lacht). Ik heb destijds vijf keer gereden op de legendarische Citadel van Namen maar ik had er telkens iets voor. Bij de seniors stond de omloop blank en kreeg ik water binnen na één ronde waardoor de motor ermee ophield. Nadien heb ik nog een crash meegemaakt met André Malherbe in de nevenreeks van de GP. Terwijl er geen plaats was wou Malherbe me voorbij gaan op de gravelweg net voor het bekende bruggetje. We gingen beiden onderuit en schoven over de asfalt tot tegen het muurtje. Ondanks de pech reed ik er graag want zulke circuits paste volledig in mijn kraam. 

12) Welke gouden raad geef jij aan jong opkomend motorcrosstalent? EN: Ge moet er 100% achterstaan en er alles voor willen doen. Ook dien je goede begeleiding te zoeken want dat heb ik zelf gemist in mijn eerste jaren als motorcrosser. Ik wist op technisch vlak niet genoeg om echt mee te kunnen. Aan concurrenten moet je het niet gaan vragen want die zeggen je niet wat je echt moet weten. Tegenwoordig zijn er op techniek en training veel meer mogelijkheden dan vroeger. Als rijder moet je toch zelf leren uw motor afstellen, dat vindt ik heel belangrijk. Ook het financiële plaatje moet kloppen met de motorclub en sponsors. 

Uw reacties