12 vragen aan Louis Vosters!

12 vragen aan Louis Vosters!
Decrease Font Size Increase Font Size Taille du texte Imprimer

Wij zetten de traditie verder en duwen onze flink uit de kluiten gewassen microfoon onder de neus van oud-motorcrossers. We begonnen in 2015 met Akira Watanabe maar voor onze bekende 12 vragen blijven we deze keer dicht bij huis in het Nederlandse Bergeijk. We stellen telkens exact dezelfde vragen over het verleden, het heden en de toekomst van onze geliefde sport. Onze beruchte vragen stelden we deze keer aan Louis Vosters, de eigenaar van het Wilvo Yamaha MXGP team.

Bergeijk ligt op een boogscheut van Lommel en zo zit het Wilvo Yamaha team dus in de zone waar heel veel dingen gerelateerd zijn aan de motorcross. De rijders die dit jaar uitkomen voor Wilvo zijn de Zwitser Arnaud Tonus en de Fransman Gautier Paulin. Het team van Vosters is in korte tijd een referentie geworden in de MXGP-paddock en dus heeft de eigenaar recht van spreken. Bovendien is hij een ex-motorcrosser die in de jaren ’70 in de NMB reed en nadien in de KNMV.

Na zijn periode als rijder was hij 15 jaar lang privé- en teamsponsor en de laatste 5 jaar verbond hij de naam Wilvo aan een MX2-team. Nadien kwam Tim Mathys (Standing Construct) met een voorstel om samen een team uit de grond te stampen. Het Wilvo Yamaha team kwam uit in de MX2 en zou in al snel verkassen naar de MXGP. De plannen die worden gesmeed voor de nabije toekomst zijn groots en dus is het uitkijken naar de prestaties van hun piloten en het team. Hier zijn de 12 vragen aan Louis Vosters.

 

1) Wie was in uw carrière de sterkste tegenstander en waarom? LV: Dat was in de jaren ’80 met rijders zoals Gerard Rond, Kees van der Ven, Peter Herlings en Toon Karsmakers. In die tijd was de Nederlandse motorcross wel op een hoog niveau. Zelf reed ik vijftien jaar motorcross en in eigen land zat ik bij de Inters in de top tien. Ik heb hard moeten werken want er was veel concurrentie. Om het niveau te ontstijgen had ik niet voldoende talent en dus was ik blij als ik tussen plaats zes en negen kon rijden. Ik koos er ook bewust voor om geen GP’s te rijden, dat was financieel niet haalbaar.

2) Welk was uw favoriete omloop? LV: Nog een reden waarom ik nooit voor GP’s koos was dat ik niet op een hard circuit kon rijden. Mijn favoriete omlopen zijn dus zandbanen. Ik trainde veel in het zand en zat vrijwel nooit in het buitenland uitgezonderd een occasionele wedstrijd in Wallonië. Daarom was ik gecharmeerd van banen zoals Budel, Lommel en Venlo.

3) Welke motor had op u de grootste indruk en waarom? LV: Ik heb destijds voor de Nederlandse importeur van Suzuki gereden en de RM465 en de RM490 vond ik wel echt wel de fijnste motoren. We kregen ook veel ondersteuning van White Power en Öhlins veringen maar we besteden ook erg veel aandacht aan de motorkarakteristiek. Zo pasten we zelf membraam en uitlaten aan om de motor zo “smooth” mogelijk te laten lopen. 

4) Welke beslissing was niet de allerbeste in uw carrière als motorcrosser? LV: Misschien had ik destijds toch de stap moeten wagen door meer op harde banen te gaan trainen om dan naar de GP’s te gaan. Ik weet niet of ik er spijt van moet hebben maar het blijft altijd een beetje hangen van: Wat had ik anders moeten doen? 

5) Tweetakt of viertakt? LV: Ik prefereer echt een tweetakt. Ik vind een viertakt niet makkelijker rijden maar het is maar wat je van vroeger uit gewend bent. Ik vond de tweetakt fabrieksmotoren ook onvoorstelbaar mooi klinken. Ik vind de cross tegenwoordig imposant en mooi maar als ik zelf de keuze had dan koos ik voor een tweetakt. 

6) Hebben elektrische crossmachines de toekomst? LV: Ik gruwel van elektrische motoren. Natuurlijk moeten we mee met alle vernieuwende zaken maar ik vind de commotie rond de klimaatakkoorden volkomen onterecht. Onlangs stond in de krant dat bepaalde mensen het circuit in Valkenswaard weg willen hebben maar als je dan kijkt wat hier op tien minuten van verkeer op de A67 passeert. Het is het equivalent van een gans weekend crossen. Men moet appels met appels vergelijken en niet de nadruk leggen op de motorcross. Men moet de totale CO2 uitstoot bekijken. Zo bleek recent uit een onderzoek dat je al een half miljoen kilometer moet afleggen met een elektrische auto voor dat hij milieuvriendelijker is dan een auto op benzine. Batterijen van elektrische motoren die op tijd moeten vervangen moeten worden lijken me niet schoner voor het milieu dan rijden met verbrandingsmotoren.  

7) Welke gebeurtenis in uw loopbaan is u het meest bij gebleven? LV: Destijds was er net zoals in België een grading list en moest ik in de top tien blijven om internationale wedstrijden te kunnen betwisten. Op een wedstrijd op Hemelvaartsdag in Rhenen brak ik mijn kuitbeen waardoor ik in het ziekenhuis werd behandeld door de sportarts van PSV Eindhoven. Hij heeft me zodanig ingetaped en medisch behandeld dat ik de zondag nadien drie reeksen kon rijden en de nodige punten kon behalen. Nadien moest wel vier of vijf weken in de gips maar dit moment in mijn loopbaan is me wel bijgebleven.

8) MXGP of Supercross? En waarom? LV: Voor mij MXGP. Ik volg wel de Supercrossen op zondagochtend als we geen wedstrijd hebben. Ik vind het wel interessant om te zien omdat ik graag motorcross zie maar MXGP is toch specialer door de diversiteit van circuits en de landen die we aandoen. 

9) Welke overwinning was de strafste uit uw carrière? LV: Ik heb wel wat internationale crossen gewonnen maar voor mij was het moment dat ik mijn H-nummer kon behalen en dus in de grading list kwam te staan erg speciaal. Dat was voor mij belangrijker dan de overwinningen omdat ik dan in de top tien stond en erbij hoorde. Mijn vrouw dacht toen dat ze kon stoppen met werken maar dat lukte niet (lacht). We konden wel wat centjes verdienen maar stoppen met werken kon echter niet.

10) In dichtbevolkte landen zoals België is het dramatisch gesteld met het aanbod van trainingsomlopen. Is dit volgens jou een onomkeerbaar proces of zijn er nog oplossingen mogelijk? LV: Ik denk dat we ook in Nederland met een moeilijke situatie zitten. Recent zijn er drie circuits verdwenen en wat me zo irriteert is dat de nadruk wordt gelegd op de vervuiling in onze sport. Ik vindt het onterecht dat er – zonder die bij naam te noemen – andere zaken gebeuren in de samenleving en dat we moeilijk doen over een trainingsparcour voor de motorcross. Het gaat zeker niet gemakkelijk worden maar we moeten proberen met zijn allen wat energie te stoppen in het behoud van de circuits die we nu nog hebben. 

11) Geprepareerde kunstmatige of oldschool natuurlijke omlopen? LV: Oldschool omlopen zijn natuurlijk het allermooiste. Er worden ook wel mooie kunstmatige omlopen gebouwd dus doe ik zeker mijn petje af voor de circuitbouwers. Maar de oldschool tracks hebben mijn voorkeur. Zo vind ik bijvoorbeeld de omloop in Maggiora Italië geweldig. Voor zulke circuits is de motorcross bedoeld. In Nederland zijn er natuurlijk vele circuits aan het zand gelinkt maar ik vind Valkenswaard ook een mooie omloop. 

12) Welke gouden raad geef jij aan jong opkomend motorcrosstalent? LV: Ik vindt het heel belangrijk dat ouders in eerste instantie hun kinderen laten doen zoals wij destijds. Wij konden met motortjes spelen en rijden. Tegenwoordig zie ik ouders van 10 tot 12-jarige crossertjes die hun kind voorzien van materiaal alsof ze grand-prixrijder zijn. Dan doe je teveel voor dat kind. Je moet het kind vooral zelf laten doen want ik denk dat de ontwikkeling dan beter is. Ouders moeten een kind een kind laten zijn en vooral niet teveel pushen en achteraan zitten. 

Uw reacties