Het voor de Belgen straffe motorcrossjaar van 1980!

Het voor de Belgen straffe motorcrossjaar van 1980!
Decrease Font Size Increase Font Size Taille du texte Imprimer

Het strafste motorcrossland in de geschiedenis is zonder twijfel België. Onze landgenoten schoten zowat elk jaar raak met als gevolg een ongelooflijke reeks gewonnen wereldtitels de voorbije vijf decennia. Momenteel blijft het echter wachten op een nieuwe wereldtitel bij de solo’s, de laatste dateert al van 2007 en staat op naam van Steve Ramon. Binnen deze straffe reeks van titels waren er enkele grand-cru jaren voor onze crossende Belgen. Die van 1980 was er zo eentje.

In 1979 kwam er een wissel van de macht aan de top van de motorcross. De oude garde met o.a. De Coster, Mikkola, Rahier, Vanvelthoven en Moiseev kreeg een bende jonge wolven over zich heen en opnieuw waren daar verscheidene snelle landgenoten bij. In 1980 zou die “nieuwe lichting” al meteen haar visitekaartje afgeven zo bleek uit de resultaten van het wereldkampioenschap dat jaar. Een jaar waar o.a. de Vogeltjesdans van de Electronica’s, Xanadu van Olivia Newton John, Funky Town van Lipps Inc. en Visite van Lenny Kuhr wekenlang de hitparade innamen. De Zweedse popgroep ABBA was echter de absolute nr. 1 in de platenverkoop. Hun hit “The Winner Takes It All” was “de” topper van 1980. Hoe toepasselijk.

In de maanden voor de start van het WK 500cc ruilde Brad Lackey zijn Honda in voor een Kawasaki. Zo kon André Malherbe overstappen van KTM naar Honda. Heikki Mikkola en Roger De Coster kwamen aan de start met lichte ongemakken veroorzaakt door valpartijen in de voorjaarswedstrijden. De eerste GP werd gereden in het Zwitserse Payerne en daar bewees Malherbe meteen dat zijn overstap naar de rode Japanse machine een goede zet was geweest. Hij won er de twee reeksen. De tweede race in het Oostenrijkse Sittendorf was dan weer voor Brad Lackey.

De twee kemphanen zouden tot de laatste reeks in het Luxemburgse Ettelbruck strijden voor de wereldtitel. Die ging uiteindelijk naar Malherbe, hij scoorde negen reeksoverwinningen tijdens de campagne van dat jaar. Yamaha fabrieksrijder Hakan Carlqvist werd nog derde in het WK. De wedstrijd was ook de laatste van Roger De Coster, hij eindigde zijn actieve carrière in schoonheid met twee klinkende reekszeges. In dit WK 500cc eindigde André Vromans op een vierde stek, De Coster op vijf, Ivan Van Den Broeck op negen en Jaak Vanvelthoven op tien.

In het wereldkampioenschap 250cc van 1980 was het afwachten wie de rol van Hakan Carlqvist kon overnemen want hij stapte over naar de halfliters dat jaar. Een jonge Waal uit Retinne had in de winter heel erg hard gewerkt om zich naar de hoogste regionen op te werken in zijn sport. Georges Jobé zat op een snelle fabrieks Suzuki en bleek nagenoeg onklopbaar dat jaar. De enige die een beetje in de buurt kon blijven was Kees van der Ven (Maico) en de Bulgaar Dimitar Rangelov (Husqvarna). Zij eindigden dan ook twee en drie in het WK 250cc van 1980. Raymond Boven werd vijfde, Jean-Claude Laquaye zesde en Jean-Paul Mingels negende.

In het wereldkampioenschap 125cc was Suzuki onoverwinnelijk sedert het ontstaan van deze competitie. Harry Everts kon in 1979 voor het eerst wereldkampioen worden in de lichtste klasse en vanuit de fabriek werd er redelijk wat druk op de ketel gezet om de titel te verlengen. Voor de “gele garde” was deze klasse uitermate belangrijk, onze landgenoot wist wat hem te doen stond. Harry startte prima in het WK van 1980 met een overwinning in het Nederlandse Norg. Ook in Hechtel won hij met een reekszege en een tweede plaats. Het noodlot sloeg echter toe in Trzic, een dorpje in voormalig Joegoslavië. Everts kwam ten val in de eerste reeks en brak daarbij zijn pols. Hij zou drie wedstrijden moeten missen.

Het zijn net die drie wedstrijden waarin de Italiaanse TGM-rijder Michele Rinaldi ongemeen zwaar uitpakt en zo de kloof met onze landgenoot weet dicht te rijden. Zo werd het een spannend dagje motorcross op 17 augustus 1980 want die dag werd de finale van het WK 125cc verreden in het Spaanse Mongay. Mathematisch konden er nog vier piloten wereldkampioen worden waaronder niet minder dan drie Belgen. Harry Everts had uiteraard de meeste kansen maar er mocht niks mislopen onder de Spaanse zon of hij kon de titel nog verliezen aan Rinaldi, Eric Geboers of Marc Velkeneers. Suzuki zal wel teamorders hebben gegeven aan Geboers waardoor hij geen echte bedreiging vormde voor de titel. Harry won beide reeksen in Spanje en zette zo de puntjes op de i. Gaston Rahier (Gilera) werd nog negende in dit WK.

Zo werd 1980 een uitzonderlijk jaar voor de Belgen met een wereldkampioen in elke klasse van de motorcross. De prestaties werden nog eens in de verf gezet op de Motorcross der Naties in Farleigh Castle en de Trofee der Naties in Maggiora. Tijdens deze twee wedstrijden veegden de Belgen de vloer aan met de concurrentie. Everts, Jobé en Malherbe zouden nog jaren de sport domineren met een pak overwinningen en titels.

Belgische kampioenen 1980

Inters 500cc         André Vromans

Inters 250cc          Georges Jobé

Zijspannen            Daniel Van Bellinghen-Raf D’Hollander

Nationalen 500    Johan Martens

Nationalen 250     Pol Decendre

Nationalen 125      Jean-Marie Milissen

Seniors 500            Johan Martens

Seniors 250            Bernard Stennier

Juniors 500            Jean Teeuwissen

Juniors 250            Rik Ghijsels

Juniors 125             Danny Raboz

 

Tekst: Danny Hermans

Foto: motorsportretro.com

Uw reacties