Wie was weer Wild Waddy Wade?

Wie was weer Wild Waddy Wade?
Decrease Font Size Increase Font Size Taille du texte Imprimer

Even uw geheugen opgefrist: Britse spektakelman Bryan Wade onder de loep!

Als op zeker ogenblik het dak van het tuinhuis met een luide knal wordt opgetild en een zwartgeblakerde figuur met bloedende hand naar buiten strompelt is de maat vol voor papa Len.  Hij koopt zijn zoon een crossmotor…  We schrijven 1959.

Hier een portret van Bryan Wade, een spectaculaire en excentrieke Engelse crosser uit de jaren ‘60 en ’70. Een beloftevolle jongere met een loopbaan die eindigt in net niet.

Bryan staat tot op heden bekend om zijn dynamische rijstijl. Hij komt uit het plaatsje Bowes Moor in een agrarische uithoek van Noord-Engeland. Hij is een slimme jongen maar dyslexie belemmert hem zeer in zijn studie. Toch wil zijn vader hem een goede opvoeding geven en stuurt hem op internaat.

Onze Bryan heeft een ongezonde interesse voor springtuigen allerlei en op zeker moment loopt dat mis af. Hij verliest bij een ontploffing in het tuinschuurtje bijna een hand. Een half jaar en twee operaties later kan ie weer. De carrière van Wade komt eigenlijk voort uit de frustraties van zijn vader.

Vader Len vindt dat zijn aanhanger van de Big Bang-theorie dringend een andere hobby nodig heeft en voor diens 14de verjaardag koopt hij de kid een BSA Bantam 125 in ruil voor de belofte “voortaan geen bommen en granaten meer!”. Die zomer gaat de jonge Bryan veel off-roaden met de vrienden en stilaan wordt hij handiger met de machine. Hij vertoont wel een sterke binding met moeder aarde waarop hij vaak vertoeft.

Len ziet de progressie en steunt zijn zoon voluit en schrijft hem in voor een trial met een oude BSA 350. De trial is geweldig maar ook een ramp. Noch de pa, noch de zoon zijn ooit naar een trial geweest. Het frame van de BSA hangt amper 5 cm van de grond. Little Bryan brengt zijn dag door met het tillen en duwen van het zware monster.

Twee maanden later, hij is dan 15, volgt de eerste jeugdcross. Het parcours zit vol zware knippen en is gehuld in een grote stofwolk. De kleine weert zich dapper tegen veel grotere deelnemers. Met een omgebouwde Francis Barrnet 197 komt de knaap tot ontplooiing. Bryan zit nog op school en er zijn slechts vier zondagen per trimester dat de jongens de school mogen verlaten. Hij krijgt een speciale toestemming om te gaan crossen. Op zondagmorgen haalt pa hem op en Bryan moet zich op school melden “vóór de lichten uit zijn”. Nog tijdens zijn schooltijd geeft hij in Belmont Park 1963 een demonstratie aan zijn schoolmakkers waarbij hij finaal over de kop gaat. Die avond kruipt hij tussen de lakens met een gebroken sleutelbeen…  Tien overwinningen kan hij tijdens zijn schooltijd binnenhalen.

Stilaan blijkt dat schoollopen te moeilijk is.  Zijn vader bezorgt hem een MDS Greeves. Het beloftevolle talent valt ook de mensen van James op en ze stellen hem in januari 1965 een fabrieksmachine ter beschikking.  Intussen is hij autoverkoper geworden maar die job geeft hij op. Wade is 18 jaar en de jongste Britse crossprof ooit. Maar in juli is het liedje al uit. Bij een kei-coole sprong breekt Wade zijn James in stukken en de Greeves wordt weer van stal gehaald.  Vader Wade stuurt zijn zoon naar de grote meetings om de stiel te leren en een internationale licentie te halen.

Bryan Wade

Bryan is een buitenbeentje in de paddock. Geen auto met aanhanger voor hem.  Hij koopt een oude Jaguar 3.8 liter (een Inspector Morse-car), zaagt de koffer eraf en verhoogt het dak. De ‘Jaguar pick-up’ is geboren. Bryan kleeft zijn helm vol stroken zwarte tape opdat zijn moeder hem zou kunnen terugvinden op de startgrid. Zo rijdt hij heel zijn verdere loopbaan door. Iedereen herkent hem vlug aan zijn helm maar ook aan zijn gedurfde rijstijl. Spektakel gegarandeerd. Hij krijgt de bijnaam Wild Wade. Verstand op nul en gassen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Harder, hoger en verder dan eender wie. Hij is een attractie op zich en vraagt zelfs hoger startgeld in ruil voor amusement.

Niet iedereen echter is daarmee opgezet. Deelnemers zetten zich schrap als Wild Wade in de buurt is. Ei zo na verkoopt oude rot Arthur Lampkin hem een oorvijg als de vlegel hem fluitend voorbij scheurt en dan tien meter verder met een rotvaart in het decor belandt.

  1. Bryan Goss, topper uit de Greeves-stal, breekt zijn sleutelbeen vlak voor de openings-GP in Spanje. Totaal onverwacht wordt Wild Wade opgetrommeld als vervanger. Na een nachtje rijden naar de fabriek in het zuiden, een slaapkuur in de auto terwijl zijn Greeves wordt herbouwd, gaat het in één ruk naar Barcelona.  Wades debuut is niet slecht. Hij eindigt zevende in een reeks. Terwijl Bryan in de paddock de blaren in zijn handpalmen verzorgt komt warempel grootmeester Hallman hem opzoeken. Wat heeft die zachte handen! Tottes advies luidt: “ Vecht niet met je motor, geleidt hem!”. Drie maand later tekent Wade zijn eerste volwaardig profcontact maar hij blijft puntenloos in de Grand-Prix.
  2. Weldra kan hij zich beginnen mengen tussen de groten. WK-punten levert hem dat weer niet op.  Wel mag hij als enige Greeves-vertegenwoordiger met tien andere Europese toppers naar Amerika.  Daar wil Husqvarna-importeur Edison Dye de motocross als nieuwe sport promoten.  Hallman, Bickers, Smith, Robert, De Coster, … ze zijn er allemaal.  Wild Wade rides the bronco in the USA. Hij springt, drift, schuift en spectakelt in het rond. Uitslagen levert dat niet op maar de Yanks lusten er wel pap van. Zijn beste ervaring:  gaan poolen met Amerikaans motoridool Steve McQueen.

In 1968 doet brokkenpiloot Wade zijn bijnaam alle eer aan met pech en kwetsuren allerhande. Slechts hier en daar komt hij in de buurt van de punten.  In Bielstein (D.) in mei gaat zijn laars stuk in de eerste reeks. Voor de tweede kiest hij voor een nieuw paar, helaas zonder enige grip op de zool. Plat op zijn buik op het zadel scheurt hij als een jet langsheen Bickers en verdwijnt vervolgens als een raket het bos in. Bickers denkt dat Wild Wade zelfmoord pleegt. Slotsom: een gebroken pols.

In augustus in Zweden lijkt hij de GP te gaan winnen. Daardoor wordt hij overmand door de zenuwen, botst op een steen, valt en geeft ontmoedigd op.  Zijn besluit: “Ik kan niet mee met de echte toppers; zij zijn professioneler met hun job bezig.” Een week later in zijn thuis-GP te Donington wordt hij nog vijfde.  Toch stuurt Greeves hem nog eens op tour naar de Inter-Am-series in Amerika.

Voor zijn sport is Wade de mal van de professionele rijder van de seventies en eighties. Aangekomen op het circuit gaat hij meteen het parcours verkennen terwijl een helper zijn spullen klaar legt en de mecanicien de motor prepareert.  Zo behaalt hij in 1969 de titel van Brits kampioen 250cc.

Het seizoen van 1970 is er nochtans weer een om te vergeten. Na een vierde plaats in de eerste GP (Spanje) houdt een knieoperatie hem van de circuits. Hij kan de verwachtingen niet inlossen.

Een jaar later liggen vele technische defecten aan de basis van zijn falen. Hij uit publiekelijk zijn ongenoegen over zijn Greeves en wordt meteen ontslagen. Hij is 23 en opent een restaurant en later een nachtclub. De GP’s worden een tijdverdrijf dat hem uiteindelijk meer verlies dan winst oplevert. De business neemt teveel tijd in beslag en zijn motorkunde lijdt onder het gebrek aan internationale contacten. Hij verzoent zich met de gedachte dat hij eigenlijk nooit een echte kandidaat-wereldkampioen is geweest.

Bryan Wildman Wade

Eenmaal verlost van de Grand-Prix-stress wordt het British Championship zijn missie: kampioen 250cc (1971), 500cc (1972) en 125cc (1973, 1974).  Dat zijn mét die van 1969 samengeteld 5 titels in 3 klassen in 7 jaar tijd.  Hiermee wordt hij de “Mister 875” van de Britse Eilanden. Wade is 28 maar de fut is eruit. In 1975 begint hij een succesvolle trainingsschool “Train with Wade”. De man die op school niet goed mee kon ontdekt dat hij goed is in lesgeven. Hij crosst nog tot 1979 voor de fun.

Heden ten dage woont Waddy in Borneo. Met zijn Borneo Biking Adventures bezorgt hij toeristen een leuke motortocht doorheen de wildernis. Bryan Wade, alias Wild Wade, alias Waddy (Wadie, Wadey,…) voor de vrienden, is er gelukkig en tevreden over het turbulente leven dat hij heeft mogen leven.

In de volgende Castrol-filmpjes komen we Wild Wade enkele keren tegen. AJS-rijders Bengt Arne Bonn en Malcolm Davis trekken samen de Alpen over om de Grand Prix 250cc van Italië te gaan betwisten in San Severino op 24 mei 1970.

Wade is duidelijk te herkennen aan zijn getapete helm. Er is een interview met hem, een rijdersvoorstelling en de eerste reeks waarin hij wegspurt van alles en iedereen. Na één ronde stapt hij (buiten beeld) naar aloude gewoonte in volle vlucht van zijn machine. In reeks 2 zit hij een tijdje mee in de vuurlijn maar dan wordt het weer niks. Geniet voor de rest van onder andere onze Belgische helden Robert, Geboers en De Coster. Aandoenlijk ook hoe de geluidstechnicus het Franse volkslied speelt voor de Britten Wade en Davis maar die geven geen krimp. Vintage Motocross op zijn best.

Auteur: Jan Forier.

 

Uw reacties