12 vragen aan Danny Scheers!

12 vragen aan Danny Scheers!
Decrease Font Size Increase Font Size Taille du texte Imprimer

Wij zetten de traditie verder en duwen onze flink uit de kluiten gewassen microfoon onder de neus van mensen die motorcross ademen. Ook deze keer vuurden we onze vragen af richting een sterke motorcrosser uit eigen rangen. Deze piloot draait al heel wat jaren mee in het Belgisch kampioenschap oldtimercross. Hij lijkt vergroeid met zijn Suzuki en is altijd een graag geziene gast in het rennerspark. De beruchte vragen worden deze keer beantwoord door Danny Scheers.

De mede-eigenaar van D&G Motorhomes is van in zijn prille jeugdjaren niet weg te slaan van gemotoriseerde tweewielers. Scheers woont in Bonheiden en werd zowel in 2017 als in 2018 Belgisch kampioen oldtimercross in de klasse Pré 92 aan boord van een Suzuki RM250. In een vorig leven reed hij zelfs mee in het wereldkampioenschap snelheid en was hij testpiloot voor het Italiaanse merk MV Agusta. Op een stockmotor kon hij in Brands Hatch ooit een tiende plaats behalen. Tussendoor is hij ook de teammanager van een Belgisch team dat dit jaar gaat strijden in de Motorcross der Naties voor Veteranen in Farleigh Castle. Danny stelde een supersterk team samen met ronkende namen zoals Steve Ramon, Ken De Dycker, Filip Van Dijck en Sven Breugelmans. Hier zijn de 12 vragen aan Danny Scheers!

1) Wie was in uw carrière de sterkste tegenstander en waarom? DS: Ik heb al van in mijn jeugdjaren sterke tegenstanders gehad. Zo waren daar onder andere Werner Dewit, Peter Iven en Ronny Weustenraedt. Die jongens reden GP’s en daar moest ik altijd tegen opboksen. Ik heb altijd mijn mannetje kunnen staan maar elke week winnen was er niet bij. Toen destijds Joël Smets begon door te breken heb ik ook enkele wedstrijden tegen hem moeten rijden. Ik kon op zijn thuiswedstrijd in Dessel ooit een eerste reeks winnen, hij won de tweede reeks en dat zijn natuurlijk dingen die bij blijven. Werner Dewit is uiteindelijk als een broer geworden voor mij.

2) Welk was uw favoriete omloop? DS: Spijtig genoeg is mijn favoriete omloop er niet meer maar dat was Betekom. Rognée in Wallonië vindt ik ook geweldig samen met Farleigh Castle. Dit jaar hebben we ook in Hasselt gereden en dat vond ik ook een geweldige omloop en organisatie. Ze bewezen daar dat je ook iets moois kan maken van een vlakke omloop.

3) Welke motor had op u de grootste indruk en waarom? DS: Ik heb ooit meegereden met de Trofee 875. Ik reed destijds met Honda en moest dus aanzetten op een 125, een 250 en een 500cc. De 500cc kwam van Peter Dirkx. Ik reed er voor het eerst mee in een weide bij mijn vader. Na 50 meter stond de achterkant al winkelhaak (lacht). Die indruk is me altijd bijgebleven.

4) Welke beslissing was niet de allerbeste in uw carrière als motorcrosser? DS: Enerzijds het feit dat ik destijds de keuze gemaakt heb om voor mijn werk te kiezen terwijl mijn collega motorcrossers bleven deelnemen aan de competitie. Zij hebben het veel verder geschopt dan ik en die vraag blijft in mijn geheugen zitten. Had ik als motorcrosser het kunnen waarmaken of niet? We zullen het nooit weten maar ik amuseer me nu ook wel geweldig op de motor in het BK Oldtimercross. Anderzijds ben ik veel te vroeg van de 125cc klasse overgestapt naar de 250cc.

5) Tweetakt of viertakt? DS: Geef mij maar tweetakt. Ik heb zelf ook nog een moderne viertakt staan maar ik ben opgegroeid met tweetakten, vandaar.

6) Hebben elektrische crossmachines de toekomst? DS: Spijtig genoeg moet ik daar ja op zeggen. Ik zie mezelf daar niet opzitten in de toekomst. Ik heb er zelf al eens op gereden en ik mis iets. Ik hoor de ketting en dat is het enige dat ik hoor. Als het doorbreekt zal het niet meer zijn zoals de cross van nu.

7) Welke gebeurtenis in uw loopbaan is u het meest bij gebleven? DS: De periode toen ik destijds stopte met de motorcross in 1992. Mijn nonkel en mekanieker Emiel Luyten was verongelukt. Hij spoorde me elke winter aan om er nog een jaartje bij te doen terwijl ik al een paar keer gezegd had dat het genoeg was geweest. Nadien ben ik dan snelheid beginnen rijden en dat lukte van in het begin vrij aardig. Ik had toen zo iets van: Had ik dit karakter maar gehad in de motorcross. In de snelheid kon ik afwachten en mijn slag slaan op een gedeelte waar ik sneller was. In de cross reed ik op de tweede of derde plaats en moest in binnen de kortste keren die eerste plek bemachtigen waardoor ik er dikwijls voortijdig af lag.

8) MXGP of Supercross? En waarom? DS: Ik ben wel voor de MXGP. Het is wel zo dat ze de laatste jaren meer in de lucht hangen dan op de grond. De MXGP lijkt steeds meer op Supercross. De focus ligt blijkbaar op sensatie. Als je ziet hoeveel blessures er tegenwoordig zijn in het WK. Ook de kwalificaties zijn niet meer zoals vroeger. Destijds moesten we ons te zien kwalificeren met 120 kandidaten maar nu is dat anders. Na tien minuten valt de kwalificatie stil als ze hun beoogde plekje hebben ingenomen.

9) Welke overwinning was de strafste uit uw carrière? DS: In ben in 1986 naar de BLM overgestapt om 125cc te rijden. Wij moesten toen direct met de Inters rijden en die stap was voor mij redelijk zwaar. Op het einde van het seizoen werd er de Trofee 875 in Ranst gereden. Ik moest toen aanzetten in de nevenreeksen die gemengd waren met Nationalen 250cc en Inters 125. Ik heb toen de twee reeksen gewonnen op een 125cc. Leon Van Gestel schreef toen een artikel over de wedstrijd met als titel: “Scheerske draait de gaskraan stuk” (lacht).

10) In dichtbevolkte landen zoals België is het dramatisch gesteld met het aanbod van trainingsomlopen. Is dit volgens jou een onomkeerbaar proces of zijn er nog oplossingen mogelijk? DS: Er zijn genoeg locaties waar een circuit mogelijk is. Maar de verdraagzaamheid en het respect zijn weg. Ik zie het zo: Mijn vader speelde destijds met de duiven en toen kwam iedereen helpen om iets te maken of als de duiven toekwamen. Dat is verleden tijd en zo gaat het nu ook in de motorcross. Veel mensen zijn tegen motorsport alhoewel ze er eigenlijk geen last van hebben. Ik denk dat we het nog heel moeilijk gaan krijgen. Geen enkele politieker durft zijn nek uitsteken en we trekken ook niet met genoeg mensen aan het zelfde zeil.

11) Geprepareerde kunstmatige of oldschool natuurlijke omlopen? DS: De natuurlijke omlopen. Wij hebben nog omlopen zoals Moresnet, ik ga daar graag naar toe.

12) Welke gouden raad geef jij aan jong opkomend motorcrosstalent? DS: In onze jeugjaren reden wij bijna met standaardmotoren. Er werden alleen maar sneller spullen opgezet als we al wat bewezen hadden maar nu zie ik in de jeugcategorieën op en top geprepareerde motoren bereden door jonge gasten die nog niks hebben bewezen. Dat is tegendraads en niet de goede manier. Ik zeg altijd dat je als jonge crosser beter uw crossmotor kunt uitwringen. Zo leer je hard gaan. Ook moeten ze de overstap van de tweetakt naar de viertakt uitstellen. Ik weet dat het hard is als je op een vierde plek binnenkomt in de wetenschap dat je met een viertakt had kunnen winnen.  Maar daar wordt je hard van en gaat er veel sneller door rijden. Zo leer je o.a. geen bochtensnelheid aan met een viertakt. Dat leer je wel op een tweetakt. 

Danny Scheers richt ook nog een dankwoordje aan zijn naaste helpers Leo en Greta die altijd voor hem klaar staan. Bij deze.

Related Post

Uw reacties