10 vragen aan Torsten Hallman

10 vragen aan Torsten Hallman
Decrease Font Size Increase Font Size Taille du texte Imprimer

Binnenkort nemen we de draad van 2015 weer op met onze bekende tien vragen. Om u op te warmen diepten we een interview op met deze vragen aan niemand minder dan Torsten Hallman.

De komende maanden zal deze site op regelmatige basis tien dezelfde vragen stellen aan ex-GP rijders. Tien vragen over het verleden, het heden en de toekomst van de motorcross. Tien vragen over hun teleurstellingen en hun hoogtepunten. De namen die de revue zullen passeren zijn niet van de minste. Vorige keer stelden we de bekende vragen aan onze landgenoot Ivan Van Den Broeck en deze keer vuren we ze af naar niemand minder dan de Zweed Torsten Hallman.

Hallman won 23 wedstrijden in de USA.

Hallman won 23 wedstrijden in de USA.

In de jaren zestig waren de Zweden erg dominant in de motorcross met namen als Nilsson, Tibblin en Lundin.  Ook Torsten Hallman was toen bloedsnel en kon vier wereldtitels bemachtigen in de 250cc klasse (1962,1963,1966 en 1967).  Zijn duels met onze landgenoot Joël Robert waren legendarisch.  Hallman was één van de Europeanen die de oceaan overstaken om de motorcross in de Verenigde Staten bekend te maken. Hij lag ook aan de basis van de tot de verbeelding sprekende Yamaha HL500 die hij hielp ontwerpen samen met zijn kompanen Sten Lundin, Steffan Eneqvist en piloot Bengt Aberg.  Na zijn loopbaan als crosser startte hij een succesvolle kledinglijn op voor motorcrossers onder de naam “Thor”.  Hier zijn de tien vragen aan Torsten Hallman.

1) Wie was in uw carrière de sterkste tegenstander en waarom?  TH: Zonder twijfel Joël Robert.  Het waren pittige duels en de strijd was hard tussen ons gedurende vele jaren.  Ik kon Joël verslaan op harde ondergrond en hij versloeg mij in het zand en wanneer de ondergrond modderig was.  Heel erg dikwijls was er maar een tiende van een seconde verschil tussen ons beiden aan de finish en dat bleef zo gedurende gans de jaren zestig.  Joël Robert was geboren om op een crossmotor te rijden, echt een natuurtalent.  Hij was als een kat op een motor en landde altijd weer op de wielen.  Joël was zeer sterk in hoe hij uit een bocht kon accelereren en als de ondergrond er modderig bijlag was hij onklopbaar.  Het gebrek aan fysieke paraatheid was dan weer zijn zwakke kant.  Omdat ik fitter aan de start kwam wist ik dat als ik niet teveel achterstand opliep in de eerste 30 minuten ik een mogelijkheid had om hem te kloppen in de laatste 15 minuten van de reeks.  We reden toen reeksen van 45 minuten + 2 ronden!

2) Welk was uw favoriete omloop?  TH: Ik hield van harde omlopen zoals die in Frankrijk, Italië en Spanje.

3) Welke motor had op u de grootste indruk en waarom?  TH: De eerst geproduceerde Husqvarna 250cc van het modeljaar 1963.  Omdat de Husqvarna-fabriek twijfelde aan het eind van 1961 om verder te gaan met competitie-activiteiten waren er geen motorfietsen meer geproduceerd.  Op het allerlaatste moment besliste de fabriek om toch verder te doen en besliste om in elke klasse een piloot te steunen in 1962.  Ik zou ondersteund worden in de 250cc-klasse en Rolf Tibblin in de 500cc.  Het gevolg was dat we einde 1962 beiden wereldkampioen werden in de respectievelijke klassen.  Omdat ik wereldkampioen werd, besliste  Husqvarna om 100 replica’s te maken van mijn 250cc motor.  En dat was meteen de start van een succesverhaal voor de fabriek, Husqvarna was één van de toonaangevende producenten van crossmotoren geworden.  Als je hierover nadenkt wat er met Husqvarna zou gebeurd zijn indien ik geen wereldkampioen zou geworden zijn dat jaar? Husqvarna zou nooit die 100 motoren gebouwd hebben en zo wellicht de kans hebben gemist om een belangrijke speler te worden in de wereld van de motorcross.

4) Welke beslissing was niet de allerbeste in uw carrière als motorcrosser?  TH: Als er slechte beslissingen werden genomen, en ik ben er zeker van dat die er waren, dan zijn ze allen diep begraven en vergeten!

5) Tweetakt of viertakt?  TH: Ik hou van beiden. In het begin van mijn carrière waren de tweetakten de motoren die je moest hebben. Tijdens mijn zakelijke loopbaan als de Zweedse invoerder van Yamaha was ik één van de mensen achter het project om terug een viertakt te laten meedoen in de GP’s.  We sponsorde Bengt Aberg op de Yamaha HL500, een motor die we gebouwd hadden in onze werkplaats in Zweden op basis van het Yamaha XT500 motorblok. .

6) Hebben elektrische crossmachines de toekomst? TH: Ja, indien de huidige crossmotoren zouden verboden worden!

7) Welke gebeurtenis in uw loopbaan is u het meest bij gebleven?  TH: De grote interesse en publiciteit die ik kreeg door de motorcross te introduceren tijdens mijn eerste trip naar de Verenigde Staten van Amerika.  Ik ontvang nu nog altijd brieven en e-mails van mensen die me daarvoor willen bedanken.

8) MXGP of Supercross? En waarom?  TH: Ik hou van beiden.  Er worden wel MXGP-omlopen gebouwd waar ik niet van hou, ik zie liever “old-style GP’s”.  Het is zielig om te zien dat er in sommige GP’s maar 20 à 25 piloten achter het starthek staan.

9) Welke overwinning was de strafste uit uw carrière?  TH: Het winnen van mijn vierde wereldtitel in 1967.  De beslissing viel in de laatste GP in het Russische Belgorod, de strijd voor de titel ging alweer tussen Joël Robert en mezelf.  In beide reeks ontspon zich een hevige strijd tussen Joël en mij, ik kon hem verslaan en werd dat jaar wereldkampioen. (zie foto)

10) Wat moet er volgens u veranderen om de populariteit van de motorcross weer aan te scherpen?  TH: Motorcross is wereldwijd nog steeds aan het groeien dus ben ik optimistisch voor de toekomst van onze sport.

Uw reacties